Islam
Moslims geloven in wederopstanding. De dood is de overgang naar het eeuwige leven: gelovigen gaan het paradijs binnen. Wie niet goed geleefd heeft, wordt gestraft in de hel.
De islam kent verschillende stromingen. De twee grootste groepen zijn de soennieten en sjiieten. In een stad als Rotterdam hoort de overgrote meerderheid van de moslims tot de Soennieten.
De islam is in principe universeel, maar is beïnvloed door tradities in de verschillende culturen. Daarom is het goed navraag te doen bij een imam, de geestelijk leider, van de betreffende moslimgroep welke rituelen van belang zijn. Wat betreft stervensbegeleiding en rouwverwerking zijn de verschillen ondergeschikt.
Stervensbegeleiding
Gedetailleerde voorschriften bepalen het handelen van moslims gedurende de laatste uren van een stervende. Die wordt neergelegd op zijn rechterzijde met
het gezicht in de richting van de Ka’aba in Mekka en de geloofsbelijdenis (de shahaada) wordt hem ingefluisterd.
Tijdens de stervensfase is er geen speciale rol weggelegd voor de imam. Alle gelovigen kunnen een stervende geestelijke en religieuze ondersteuning bieden.
Het is een plicht voor moslims om een stervende te bezoeken. Men praat over de dood, spreekt conflicten uit en schenkt elkaar vergiffenis. De schulden van de stervende moeten worden afgelost. Indien nodig moeten familie of vrienden daarvoor bijspringen, zodat de stervende schuldenvrij voor Allah kan verschijnen. Ook de geestelijke schuld, zoals het niet gemaakt hebben van een bedevaart, dient verrekend te worden door een schenking aan de armen.
Het niet kunnen bijwonen van dit samenzijn kan voor nabestaanden traumatisch zijn.
Ingrijpen tijdens de laatste fase van het leven is volgens de islam verboden: leven en dood worden bepaald door Allah en de mens dient zich bij zijn besluiten neer te leggen. Deze opvatting kan problemen geven wanneer familieleden geconfronteerd worden met besluiten t.a.v. voortzetting of stopzetting van een
behandeling.
Rituele wassing
Nadat de dood is geconstateerd volgt een rituele wassing. Dat is een taak voor familie en geloofsgenoten en in principe niet voor het verplegend personeel of een uitvaartondernemer. De overledene moet hiervoor dus worden overgedragen aan familie of de gemeenschap.
De rituele wassing wordt uitgevoerd naar sekse: mannen worden gewassen door mannen, vrouwen door vrouwen. Mits men rein is mogen alle moslims deelnemen aan een lijkwassing. Rein betekent hier niet zozeer letterlijk schoon gewassen, maar in overeenstemming met de religieuze voorschriften. Er zijn specifieke voorschriften t.a.v. de fysieke reiniging vooraf en achteraf door de deelnemers aan de lijkwassing.
Alhoewel er binnen de islam globale overeenstemming is met betrekking tot de voorschriften voor het verrichten van de rituele wassingen, zijn er wel verschillen tussen de verschillende religieuze stromingen en etnische groeperingen.
Driemaal wordt de dode gewassen. De eerste keer met lauw water, vervolgens met water met olijfblad en de derde keer met kamfer in het water.
De dode wordt besprenkeld met rozenolie en gewikkeld in een witte doek, de kafan, die voor iedereen gelijk is. Uiterlijk vertoon is verboden. Bij vrouwen wordt het haar eerst helemaal afgedekt. Hierna is de overledene helemaal rein.
Als men graag wil dat de stervende na de dood thuis wordt verzorgd, dan moeten er enkele voorbereidingen getroffen worden. Er moet een lijkwade zijn. Dat is een witte katoenen doek van 10 x 2 meter en niet doorzichtig. Deze mag overal gekocht worden. De familie moet ook zorgen voor alcoholvrije zeep en voor parfum. Ook moeten er grote baddoeken klaargelegd worden en washandjes.
Thuis de dode ritueel verzorgen is vaak niet zo makkelijk. Soms legt men de dode op de grond. Men schept dan water over de dode heen.
Bij rituele wassingen in het mortuarium of bij de begrafenisondernemer is het eenvoudiger. De aflegtafel is meestal verrijdbaar zodat de overledene richting Mekka kan worden gericht en heeft gaatjes waardoor het water kan wegstromen. Het water kan men met een slang over de dode spoelen.
Goud wordt uit het gebit verwijderd want dat mag niet worden begraven. Na de wassing wordt de overledene gewikkeld in een katoenen doek.
Na de rituele wassing wordt de dode naar de moskee vervoerd. Daar wordt het dodengebed opgezegd voor de dode. De dode kan ook worden opgebaard in een moskee, maar lang niet alle moskeeën hebben daarvoor de faciliteiten.
Rouw
Na het sterven van een familielid komen andere familieleden en vrienden gedurende drie dagen eten brengen naar de familie. Men wil ervoor zorgen dat zij verder geen zorgen hebben. Mannen en vrouwen zitten gescheiden bij elkaar. Huilen mag, maar de emoties mogen niet helemaal de vrije loop krijgen. Toch is geweeklaag naar Nederlandse maatstaven luidruchtiger en emotioneel. De emoties dienen ingeperkt te blijven omdat tegenover het verdriet immers het geloof staat dat de ziel verrijst. Het is absoluut verboden om te weeklagen: ‘Waarom moet mij dat nu overkomen?’ Als nabestaande mag men wel iets zeggen als: ‘vergeef me, ik wil je graag nog dit of dat zeggen.’ Anderen spreken de nabestaanden toe met woorden als ‘Wees geduldig’, ‘Dit was heus ergens goed voor’, ‘Hier steekt wijsheid achter’. Vaak gaat men ook de koran reciteren. Dat geeft rust.
Moslims gaan er vanuit dat de geest of de ziel van de dode nog in hun midden is, zodat het een plicht is om heel voorzichtig met de dode om te gaan. Men ervaart het als waardevol dat men zich na de dood nog tot de dierbare doden kan blijven richten en voor hen smeekbeden kan aanheffen. Deze smeekbeden zijn niet bedoeld om hulp af te roepen van de dierbaren, dat mag in ieder geval niet. Maar via de smeekbeden kan men bidden voor het welzijn van de doden. ‘Maak het graf ruim en licht, laat de dode rust vinden.’ Zo geeft men aan dat er weinig verschil is tussen leven en dood.
Uitvaart
Voor de moslims is het belangrijk om zo snel mogelijk begraven te worden. Crematie is uit den boze. In landen van herkomst volgt de begrafenis meestal binnen 24 uur na het overlijden. In Nederland verbiedt de wet op de lijkbezorging dat, maar daar kan ontheffing voor aangevraagd worden.
Ook ten aanzien van de uitvaart geldt dat er binnen de islam duidelijke regels zijn. Toch zien moslimbegrafenissen er soms weer anders uit, omdat men de voorschriften combineert met eigen culturele tradities.
Op de begraafplaats wordt de kist, vaak bedekt met een kleed met daarop de naam van Allah, door mannen naar het graf gedragen. De dragers wisselen regelmatig, want voor moslims is dit een goede daad en veel mannen melden zich als drager. In de stoet wordt niet gesproken, maar wel herhaalt men de uitspraak dat Allah groot is en Mohammed zijn profeet.
In veel islamitische gemeenschappen mogen vrouwen niet mee naar het graf. Zij blijven thuis, of wachten buiten de begraafplaats. Zij gaan meestal de dag daarop naar het graf. Ook later mogen zij niet bij het graf komen als daar een man is.
Afhankelijk van de geloofsrichting binnen de islam en de culturele tradities in verschillende etnische groeperingen, bijv. bij de Molukse moslims, Nederlandse moslimvrouwen en bepaalde groepen Surinaamse moslims, is het soms wel gebruikelijk dat vrouwen mee naar de begraafplaats gaan.
In het graf ligt de dode bij voorkeur zonder kist, op de rechterzij met het aangezicht in de richting van de Ka’aba in Mekka. Wanneer er twijfel is over de juiste richting, kunnen een of meer lokale imams benaderd worden om deze te bepalen. Wordt er wel een kist gebruikt, dan moet dat er een zijn waarin de dode op zijn rechterzij kan liggen.
Om het mogelijk te maken dat de geest op de dag van de wederopstanding ook inderdaad overeind kan komen dient er een ruimte boven het lichaam open te blijven. Vaak wordt hiervoor een speciale constructie in het graf aangebracht
Per graf ligt er één overledene. Een islamitisch graf dient een eeuwig graf te zijn.
De eerste generatie ging terug naar land van herkomst om daar begraven te worden. Dat geeft de mogelijkheid dat alle rituelen uitgevoerd kunnen worden in aanwezigheid van de familie daar. De tweede en volgende generaties zullen echter in toenemende mate hier begraven willen worden, maar dan wel in een islamitisch graf. Steeds meer begraafplaatsen in Nederland krijgen een speciale afdeling voor islamieten. Groot probleem is echter dat een islamitisch graf eeuwig dient te zijn. Dat betekent dat het dus niet geruimd mag worden.
Na de uitvaart
Na de dienst gaat iedereen naar het huis van de overledene om daar met elkaar te eten en drinken. Van de ontvangstruimte op een begraafplaats maakt men meestal geen gebruik.
Officieel duurt de rouwperiode maar drie dagen. Men behoort niet te lang stil te staan bij het verlies: Allah heeft gegeven, Allah heeft genomen.
Toch neemt men vaak vanuit culturele traditie, maar ook vanuit persoonlijke behoefte, een rouwperiode van ongeveer 40 dagen in acht. In die periode komt men regelmatig bij elkaar om uit de koran te lezen. De naaste familieleden worden geacht geld te geven aan een goed doel. Vroeger gaf men eten aan de armen, maar dat is tegenwoordig niet meer van toepassing.
Rond de veertigste dag wordt de rouwperiode afgesloten met een bijeenkomst in het huis van de overledene of de naaste familie. Mannen en vrouwen zitten apart. Koranlezers lezen voor en er wordt samen gebeden voor de zielenrust van de overledene.
Voor moslims is bezoek aan de graven van de overledenen erg belangrijk. De begraafplaats heeft een religieuze, en ook en sociale en psychologische functie. Vaak bezoekt men de graven op vrijdag na het vrijdaggebed en op feestdagen. In sommige etnische groeperingen gaan mannen en vrouwen samen naar de begraafplaats, in andere bezoekt men de graven apart.